Gemeentelijke belastingen

Gemeentelijke belastingen

Er zijn de laatste jaren veel taken (denk alleen al aan de jeugdzorg) door de centrale overheid overgedragen aan de lagere overheden, waaronder de gemeenten. Met die overdracht kwam er meestal ook wel wat geld mee, maar altijd te weinig. Het verschil moesten de gemeenten uit eigen zak bekostigen. Geen wonder dat het belang van de gemeentelijke belastingen voortdurend toeneemt. Alleen al daarom is het goed dat – volgens het onderzoekscentrum Coelo – de gemeentelijke lasten het komende jaar voor de meeste burgers maar beperkt zullen stijgen. Het onderzoek heeft betrekking op de grote steden, maar de ervaring leert dat de cijfers in kleinere gemeenten niet wezenlijk anders zijn. Dat de gemiddelde stijging beperkt is, is natuurlijk maar een schrale troost voor degenen die in een gemeente wonen waar de lasten wel sterk stijgen. Want die zijn er ook. Met het toegenomen belang van de gemeentelijke belastingen stijgt ook het aantal fiscale procedures, alleen al omdat gemeentelijke heffingen zichtbaar zijn en daarmee een grote irritatiefactor kennen. Zo werd bij het Hof Amsterdam geprocedeerd over de vraag of een gemeente bij het vaststellen van de WOZwaarde van een woning altijd dezelfde waarderingsmethode toe moet passen. In deze zaak was de gemeente overgestapt op de huurwaarde-kapitalisatiemethode, terwijl
men daarvoor altijd de vergelijkingsmethode had toegepast. Dat moest men daarom blijven doen, aldus de woningeigenaar. Maar het hof was het daar niet mee eens. Het gaat – aldus de rechter – niet om de gebruikte methode, maar om de uitkomst daarvan. Van groter belang wellicht is de recente beslissing van de Rechtbank Oost-Brabant (ECLI:NL:RBOBR:2017:6362) die besliste dat een gemeente bij de vaststelling van de WOZwaarde een nieuw gebruiksverbod in de WOZ-waarde moet verwerken. In het berechte geval ging het om een fokkerij van pelsdieren (nertsen), die getroffen was door de uit 2014 stammende wet ‘Wet verbod pelsdierhouderijen’. Deze wet betekende – al dan niet op termijn – het einde van het bedrijf in zijn huidige vorm, wat de waarde van de opstallen natuurlijk sterk verminderde, zeg maar gerust praktisch waardeloos maakte. Daarmee (en met toekomstige sloopkosten) moest de gemeente rekening houden, aldus de rechtbank.

De waarde zal niet nihil zijn, maar van een stevige waardedaling zal ongetwijfeld sprake zijn.

Inloggen boekhouding