Exibitionistische zelfverrijking

Exibitionistische zelfverrijking

‘Exibitionistische zelfverrijking’, noemde de toenmalige premier Wim Kok het grote graaien aan de top. Hij bedoelde natuurlijk exorbitante zelfverrijking, maar iedereen begreep wat hij bedoelde
en de uitdrukking was gemunt. Van dit soort gedrag was ook sprake bij een bestuurder die van zijn bv een maandelijkse(!) managementvergoeding vroeg (en kreeg) van € 45.000. De bv in
kwestie verkeerde echter in financieel moeilijke omstandigheden, en kon al vrij snel haar belastingschulden niet meer betalen. De Belastingdienst stelde de bestuurder aansprakelijk. Het in de gegeven omstandigheden toekennen van zo’n hoge vergoeding vormde in de ogen van de fiscus namelijk onbehoorlijk bestuur. Bovendien had de bestuurder bij de eigen bv een voortdurend oplopende rekening-courantschuld van drie-en-eenhalve ton, waarbij het nog maar de vraag was of die schuld ooit aan de bv terugbetaald kon worden. Wat de bestuurder verder kwalijk werd genomen was dat hij gewoon in zijn gedrag was blijven volharden toen de melding van betalingsonmacht bij de bv al de deur was uitgegaan. Door wel zichzelf maar niet andere schuldeisers (waaronder de Belastingdienst) te betalen had hij de belangen van die anderen verwaarloosd, zo was het verwijt van de Belastingdienst. Hof Amsterdam was het daarmee eens en liet de aansprakelijkstelling (grotendeels) intact.

Een (te) hoog salaris opnemen, al dan niet in combinatie met een oplopende rc-schuld kan bij een bv in de problemen dus als onbehoorlijk bestuur worden gekwalificeerd.

Inloggen boekhouding